Wat er aan vooraf ging: Gesprekken met de regio's

Daar waar vooraf naar gekeken is...

Laatste update: February 5th, 2026

Uit de diverse gesprekken in de districten en later regio's is veel informatie opgehaald aangaande het jeugdwielrennen. Dit heeft de basis gevormd voor onze huidige visie voor de wielersport voor de jeugd. 

Hieronder vind je de belangrijkste informatie welke destijds met ons is gedeeld.

Daar waar vooraf naar gekeken is: In gesprek binnen de regio’s

In de regio’s zijn 7 gesprekken gevoerd. Daarin zijn onder andere de volgende vragen gesteld:

  • Hoe lopen de jeugdafdelingen? (Hoeveel jeugdleden hebben jullie? Is dat constant, loopt het op of terug? Hoe is de wedstrijd deelname? Zijn jullie erg wedstrijdgericht of meer gericht op de breedtesport? Zijn er genoeg vrijwilligers/trainers? Doen jullie ook aan andere disciplines dan enkel wegwielrennen?)
  • Aanbod en deelname wedstrijden (Wat is het wedstrijdaanbod in de regio? Zijn dat vooral KNWU wedstrijden of vooral interclubwedstijden? Is er variatie in het soort wedstrijden (ook stratenparcoursen, meerdaagses, omniums, dernyraces etc)? Wat is de deelname aan de wedstrijden? Is de deelname voldoende om de wedstrijden in de toekomst te kunnen blijven organiseren?
  • Categorie-indeling flexibeler? Op dit moment worden de renners bij de KNWU-wedstrijden bij de jeugd ingedeeld in 7 categorieën, op basis van geboortejaar. Meisjes rijden standaard een categorie lager. Dispensatie voor een categorie hoger of lager kan worden aangevraagd, maar dat gebeurt heel weinig (enkele renners per jaar). Nadeel van het systeem is dat kinderen geboren in de laatste maanden van het jaar het veel zwaarder hebben dan de kinderen geboren vroeg in het jaar. Het sluit ook slecht aan op de inzichten uit het boekje over talentontwikkeling. Kunnen we systeem bedenken dat beter aansluit bij het kind? Een andere optie is het samenvoegen van categorieën.
  • Onderscheid Club/interclub en KNWU wedstrijden Veel regio’s bieden naast KNWU wedstrijden ook laagdrempelige interclubwedstrijden aan, waarvoor geen KNWU-licentie of MyLaps-chip is vereist. De interclubwedstrijden zijn populair omdat ze gemoedelijker zijn, geen chip of licentie nodig is, en minder goede renners hier ook een goede kans maken een keer een prijs te winnen. Het verlaagt de drempel tot het rijden van wedstrijden en behoudt renners voor de sport. Wel ontstaat er soms een soort tweedeling binnen verenigingen: de KNWU-renners versus de interclubrijders waardoor men niet meer met zijn allen naar dezelfde wedstrijd gaat. Het aanbieden van een volledig programma interclubwedstrijden en KNWU-wedstrijden kan met een teruglopend aantal renners en vrijwilligers problematisch worden. Hoe kijken jullie daar tegenaan?
  • Meer variatie in het wedstrijdaanbod Een groot deel van het wedstrijdaanbod zijn criteriums. Er zijn wel uitzonderingen, zoals de ploegentijdrit, meerdaagses, een paar omniums en een enkele dernyrace. Meer variatie in de wedstrijdsoorten is goed voor de ontwikkeling van de wielrenner en houdt wielrennen langer uitdagend. Het zou goed zijn als het programma-aanbod gevarieerder wordt: meer omniums met tijdrijden, puntenkoers, afvalkoers en behendigheidsonderdeel. Hebben jullie daar ideeën over?
  • NK jeugd. Het NK voor de jeugd wordt in de verschillende disciplines toch door velen als een hoogtepunt in het jaar gezien, maar anderen zien ook dat het een stressfactor is, die slecht past bij het concept van zorgeloos oefenen bij met name de lagere categorieën.  Hoe kijken jullie daar tegen aan? Mee doorgaan of niet? Rood wit blauwe trui afschaffen, of niet? Daarnaast kunnen we ook het moment in het jaar heroverwegen. Na het NK is de deelname aan wedstrijden minder. Verschuiven naar vlak voor de zomervakantie (of is dat lastig ivm eindexamens), of naar september (komt dan wel dicht bij NK mountainbike).      
 
 

Daar waar vooraf naar gekeken is: Wat willen we zo houden zegt het land?

  • Interclubwedstrijden worden als belangrijk gezien om die drempel zo laag mogelijk te houden.
  • In Zuidwest is het aantal renners zo beperkt, dat er geen ruimte is om naast KNWU wedstrijden ook nog interclubwedstrijden aan te bieden. Ook in Zuidoost is er geen aanbod aan interclubwedstrijden, maar een redelijk ruim aanbod aan KNWU wedstrijden. De consul laat op verzoek beginnende renners met een startlicentie toe aan KNWU wedstrijden (maximaal 5 per wedstrijd). In Noord worden interclubwedstrijden vaak ‘s avonds georganiseerd, in plaats van een training. Dat blijkt prima te werken.
  • Ploegentijdritten worden als aantrekkelijke extra wedstrijdvorm gezien, maar voor verenigingen met beperkte jeugdafdeling lukt het niet om zelf een complete ploeg te vormen. Kan bij het NCK hiervoor een oplossing komen (door bijvoorbeeld onder voorwaarden combinaties mogelijk te maken? 
  • De huidige categorie-indeling op basis van geboortejaar is zeker niet ideaal, maar er is nog geen goed alternatief gevonden.
 
 

Dat waar vooraf naar gekeken is: Wat moet of kan anders zegt het land?

  • De bezorgdheid over de wedstrijddeelname wordt herkend. Na corona is die bereidheid lager. Daardoor worden evenementen geschrapt, of simpeler (clubparcours ipv stratenparcours). 
  • Het is soms moeizaam om jeugdrenners te verleiden om wedstrijden te gaan rijden. De verschillen hierin zijn groot: sommige reizen graag het hele land door, andere ouders beschouwen de wielrenclub een vorm van naschoolse opvang. Grote reisafstanden of lang wachten helpt niet.
  • Ook tussen clubs zijn er grote verschillen: bij sommige verenigingen is het rijden van KNWU-wedstrijden vanzelfsprekend, bij andere verenigingen is er een mix qua ambitieniveau onder de renners, of is er maar een beperkte wedstrijdcultuur.
  • Die verschillen zien we ook terug in de standpunten over het NK, of over loting op het NK. Voor sommigen mag een sport best prestatiegericht zijn, voor andere weegt het zorgeloos oefenen zwaarder.
  • Die cultuurverschillen komen deels voort uit de verenigingscultuur en opvattingen onder de begeleiding, maar verenigingen zijn ook afhankelijk wat voor kinderen zich bij de club aandienen.
  • Een intakegesprek met nieuwe ouders/kinderen kan helpen de juiste verwachtingen te scheppen
  • Interclubwedstrijden worden als belangrijk gezien om die drempel zo laag mogelijk te houden.
  • In Zuidwest is het aantal renners zo beperkt, dat er geen ruimte is om naast KNWU wedstrijden ook nog interclubwedstrijden aan te bieden. Ook in Zuidoost is er geen aanbod aan interclubwedstrijden, maar een redelijk ruim aanbod aan KNWU wedstrijden. De consul laat op verzoek beginnende renners met een startlicentie toe aan KNWU wedstrijden (maximaal 5 per wedstrijd). In Noord worden interclubwedstrijden vaak ‘s avonds georganiseerd, in plaats van een training. Dat blijkt prima te werken.
  • In Zuidwest prefereren sponsoren/lokale wielercomités wedstrijden voor volwassenen omdat ze daarmee meer publiciteit kunnen krijgen, maar vergeten dat juist de ouders bij jeugdwedstrijden voor publiek zorgen. Dikke banden races zijn soms goed bezocht, maar soms mist dan het contact met lokale wielerverenigingen om deelnemers te verleiden bij een wielrenclub te gaan kijken.
  • In Zuidwest en Zuidoost is de landsgrens lastig. We zouden nog eens specifiek naar moeten nadenken wat hier slim is: kan een gemakkelijker uitwisseling over de grens helpen voor aanbod aan wedstrijden op rijafstand en voor het aanbod aan renners bij wedstrijden.
  • In Noord Holland is juist weinig animo om KNWU wedstrijden te organiseren. Hoge jurykosten staan niet in verhouding tot de lage aantal deelnemers.
  • In de nieuwe regio Noord zijn de afstanden tot wedstrijden wel groot geworden. Daardoor is er concurrentie in Overijssel van wedstrijden in Gelderland. Ook in noordelijk Noord Holland vind men de afstanden tot de KNWU-selectie wedstrijden in Zuid Holland best ver.
  • De nieuwe regio-indeling is in meer opzichten wel wennen.  De doorstart van de OJC (een reeks interclubwedstrijden in Overijssel/Gelderland) is in de nieuwe regio Noord nog niet helemaal gelukt.
  • De huidige driedeling in licenties (basislidmaatschap, startlicentie en wedstrijdlicentie is ingewikkeld, en dat er bij een upgrade extra administratiekosten betaald moeten worden helpt ook zeker niet. Kan dat niet simpeler, of kan de papieren daglicentie terugkomen?
  • Ook de informatievoorziening kan beter. De kalender op de KNWU website is lastig te doorgronden. Meerdaagses en jeugdkampen zijn mooie evenementen die door gebrek aan deelnames onder druk staan, maar die binnen veel verenigingen nauwelijks bekend zijn.
  • Bij het NK was bij sommige deelnemers niet bekend dat er geloot zou worden. Het is van belang dit soort veranderingen zo goed mogelijk te communiceren.
  • Communicatie is sowieso lastig, omdat niet iedereen alles leest, en wielrenverenigingen draaien op vrijwilligers, waardoor soms info blijft hangen. Het duurt lang voordat wijzigingen bij iedereen bekend zijn.
  • Houd er ook rekening mee, dat de verschillen tussen verenigingen groot zijn. Er zijn jeugdafdelingen met meer dan 50 renners, maar ook verenigingen met minder dan 10 jeugdleden.
  • Het idee van meer variatie in de wedstrijdvormen spreekt aan. Omniums betekent wel een langere dag, maar bij een strakke organisatie en genoeg speelmogelijkheden (springkussen e.d) kan het zeer geslaagd zijn.
  • Ploegentijdritten worden als aantrekkelijke extra wedstrijdvorm gezien, maar voor verenigingen met beperkte jeugdafdeling lukt het niet om zelf een complete ploeg te vormen. Kan bij het NCK hiervoor een oplossing komen (door bijvoorbeeld onder voorwaarden combinaties mogelijk te maken? 
  • Zuid Holland wilde de interclubwedstrijden gebruiken om te experimenteren met alternatieve wedstrijdvormen, maar dat komt in de praktijk nog niet zo van de grond. 
  • Sowieso vonden sommige (met name in Midden) dat het stuk zich te veel richtte op wedstrijdkalender, en te weinig op meer variatie en speelsheid in de jeugdwielersport.
  • Het idee kwam op om bijeenkomsten te organiseren waarin jeugdtrainers en begeleiders ervaringen te laten uitwisselen.
  • Er wordt heel verschillend gedacht wat het juiste antwoord is op de teruglopende aantallen. Elke oplossingsrichting kent duidelijke tegenstanders. Samenvoegen interclub/KNWU kan ten koste van laagdrempeligheid gaan. Het effecten van districten samenvoegen kan door grotere reisafstanden ook leiden tot minder deelnames. Andere denken weer dat categorieën samenvoegen een heel slecht idee is.
  • De huidige categorie-indeling op basis van geboortejaar is zeker niet ideaal, maar er is nog geen goed alternatief gevonden.
  • Over het NK zijn de meningen verdeeld. Voor een behoorlijke groep is het hoogtepunt van het jaar, voor andere is het geen goed idee. Voor de jongere categorieën zou het NK vervangen maar kunnen worden door een regionale wielerdag waarin diverse wedstrijdvormen op een speelse manier combineert worden, maar zo’n regionale wielerdag zou evengoed naast het NK kunnen bestaan.
  • De verplichte maand rust tussen het wegseizoen en het veldseizoen is in de kalender niet meer zo zichtbaar, waardoor sommige renners geen rust meer nemen. Kunnen we dat niet op een of andere manier regelen? 
 
 

Hoofdconclusies uit de gesprekken

  • Men wil het onderscheid tussen interclubwedstrijden en KNWU wedstrijden behouden, om zo de drempel tot wedstrijddeelname met laagdrempelige interclubwedstrijden laag te houden. Het is echter niet mogelijk overal een volwaardige interclubkalender en een volwaardige KNWU kalender naast elkaar aan te bieden. Daarnaast zijn in de nieuwe regio’s de reisafstanden soms fors, en voor ouders een probleem. We moeten op berijdbare afstanden voor alle niveaus een volwaardige wedstrijdkalender kunnen aanbieden.
  • Wedstrijden met minder dan 10 deelnemers zouden we wellicht niet moeten willen. Samenvoegen van categorieën is wellicht een betere oplossing dan nog grotere reisafstanden. De reisafstanden in de nieuwe regio’s zijn namelijk soms fors. Kan de categorie-indeling flexibeler gemaakt worden? 
  • Het NK is voor een behoorlijke groep het jaarlijks hoogtepunt, al willen andere er vanaf. Het is nu wel een structurerend element in de competitie. Iets van een wedstrijdreeks is gewenst om een ritme te stimuleren dat ook bij minder weer je even doorzet toch maar te gaan. Een eindbeker is een andere manier om dat te stimuleren.
  • De licentiestructuur is te ingewikkeld, zeker in combinatie met administratiekosten als je je licentie wil upgraden. Dit is een drempel die wedstrijddeelname remt. Laten we uitzoeken of we niet alle jeugdleden automatisch voor een (dan ook goedkopere) licentie kunnen laten betalen, of anders een gemiddeld iets duurdere startlicentie geschikt maken voor alle wedstrijden. Ook is het een optie om de papieren daglicentie weer in te voeren. In elk geval moet de 40 euro boete om je startlicentie om te zetten in een KNWU-licentie worden afgeschaft. Dat is inmiddels gebeurt.
  • De informatievoorziening moet beter. Het is nu lastig om op de KNWU website de relevante informatie en de jeugdwedstrijden te vinden, laat staan die leuke alternatieve wedstrijdvormen/meerdaagse/wielrenkampen e.d. Kunnen we een aparte website jeugdwielersport.nl maken waar alle informatie over wedstrijden, verenigingen, eisen aan fietsen, evenementen, tussenstanden NK selectie en dergelijke terug te vinden is, eventueel als subpagina van de KNWU site?  Nu de districts-sites uit de lucht zijn gehaald is dit extra urgent. 
  • Kunnen we het aanbieden van andere wedstrijdvormen actief ondersteunen? Bij veel verenigingen ontbreekt hiervoor de ervaring. We moeten experimenteren, ervaringen vastleggen en uitwisselen en handvatten bieden over hoe je die nieuwe wedstrijdvormen praktisch ten uitvoer kan brengen.
  • Als het wedstrijdaanbod en -deelname verder daalt, kan het nodig meer te veranderen. Laten we het wedstrijdaanbod en de wedstrijddeelname goed gaan monitoren, om te zien of het wedstrijdaanbod op niveau blijf.