Snelheid! Tactiek! Spanning!
Baanwielrennen heeft het allemaal.

Stuurkunsten & koersinzicht
De perfecte leerschool.
Baanwielrennen is erg veelzijdig, want wedstrijden zijn er in vele soorten en maten. In een puntenkoers ga je op jacht naar de hoogste score terwijl je bij een individuele achtervolging juist probeert je tegenstander te kloppen in een rit tegen de klok. Dat zijn slechts de duuronderdelen, sprinters hebben namelijk hun eigen wedstrijden.
Lees hieronder meer over de verschillende onderdelen die het baanwielrennen kent.
Sprintonderdelen op de baan
200 meter ‘vliegend’
Om je te plaatsen voor het sprinttoernooi, fiets je een tijdrit over 200 meter. De tijd die je fietst, bepaalt tegen wie je het in de eerste ronde opneemt. Voor een razendsnelle tijd start je niet vanuit stilstand, begin je op de 200 meter-lijn en daardoor maak je een 'vliegende start'.
Sprint
De sprint staat bekend als 'het koningsnummer' van het baanwielrennen. Een tactisch meesterspel waarbij topsnelheid van groot belang is. In een sprint neem je het op tegen één tot maximaal drie tegenstanders, die je in twee of drie ronden probeert te verslaan. Het sprinttoernooi werkt met een knock-outsysteem, dat wil zeggen dat je het na de kwalificatierondes elke ronde opneemt tegen een nieuwe tegenstander.
Teamsprint
Bij de teamsprint strijden twee ploegen in de baan tegen elkaar. Als mannenploeg start je met drie renners, waarvan elke renner steeds één ronde op kop fietst. Een vrouwenploeg bestaat uit twee rensters die de openingsronde en tweede ronde verdelen. Ook de teamsprint werkt met een knock-outsysteem, net zoals bij de individuele sprint.
De kilo (kilometer tijdrit)
De kilo is een individuele wedstrijd tegen de klok, ook wel de kilometer. Je start vanuit stilstand en probeert vervolgens zo snel mogelijk op je topsnelheid te komen. De renner met de snelste tijd wint deze wedstrijd.

Keirin
In dit van oorsprong Japanse onderdeel fiets je eerst een aantal ronden achter een gemotoriseerde gangmaker. Zo’n motor heet een 'derny'. Deze derny verlaat de baan op 600 á 700 meter voor de finish. Tot die tijd mag je er niet voorbij fietsen. Zodra de derny uit de baan is, barst de strijd om winst los.
Duuronderdelen op de baan
Individuele achtervolging
Tijdens de achtervolging start je tegelijk met je tegenstander. De ene renner bij de startstreep, de ander aan de overkant van de baan. Het doel is simpel: je concurrent inhalen! Als dat lukt, heb je de achtervolging gewonnen. Lukt dat niet, dan wint de renner met de snelste tijd.

Ploegenachtervolging
In een ploegenachtervolging neem je het als ploeg op tegen een concurrerend team. De ene ploeg begint bij de startstreep, terwijl het andere team aan de overzijde van de baan start. De winnaar is de ploeg die het andere team inhaalt. Als dat niet gebeurt, wint de ploeg die de snelste tijd op de klok zet.
Puntenkoers
De puntenkoers is een pelotonswedstrijd die draait om tussensprints. In deze sprints kun je punten verdienen. Daarnaast kun je punten verzamelen door een ronde voorsprong te pakken op de andere renners. De renner die uiteindelijk de meeste punten heeft, wint de puntenkoers.
Afvalkoers
In een afvalkoers draait het om het ‘overleven’ van de wedstrijd. Na elke sprint moet de laatste renner namelijk de wedstrijd verlaten. Uiteindelijk blijven er dan twee renners over, die om de winst sprinten.
Leiderskoers of Temporace
De leiderskoers is een variant op de puntenkoers. Het grote verschil is dat je in een leiderskoers elke ronde punten kunt verdienen, terwijl dat bij de puntenkoers alleen kan bij een tussensprint/ronde voorsprong. Er gaan twee punten naar de renner die als eerste over de streep fietst en één punt naar de tweede renner. Een variant van de leiderskoers is de temporace, hierbij krijgt alleen de eerste renner bij een sprint één punt.

Koppelkoers (Madison)
In een koppelkoers, ook wel bekend als de Madison, probeer je als duo zoveel mogelijk punten te verdienen in tussensprints. Je bent echter nooit allebei tegelijk in koers. Door elkaar een handaflossing te geven, zorg je ervoor dat jij of je teamgenoot 'in koers' komt. Door de snelle wisselingen is dit één van de spectaculairste onderdelen op de baan.
Scratch
De scratch is een pelotonswedstrijd over een bepaald aantal ronden. Omdat er geen tussensprints zijn, wint de renner die de eindstreep als eerste passeert.
Stayeren
In stayerwedstrijden fietst elke renner achter een gemotoriseerde gangmaker. Je fietst een bepaald aantal ronden en probeert met je gangmaker de tegenstand voor te blijven.
Het omnium en de zesdaagse
Dan zijn er nog twee bijzondere wedstrijdenvormen op de baan: de Zesdaagse en het omnium. Bijzonder, omdat ze de sprint- en duuronderdelen combineren.
Omnium
Het omnium is een klassement over vier onderdelen op één dag. De opzet van het omnium verandert regelmatig. Sinds 2017 beginnen renners met een scratch, gevolgd door de temporace, een afvalkoers en tot slot een puntenkoers. De renner die na de puntenkoers de meeste punten heeft verzameld, wint het omnium.
Zesdaagse
De naam zegt het al: een zesdaagse duurt zes dagen. Vroeger fietsten renners daadwerkelijk zes dagen non-stop door, maar tegenwoordig gaat het er wel iets anders aan toe. Het deelnemersveld bij een zesdaagse bestaat uit koppels, die iedere dag een wedstrijdprogramma afwerken. Tijdens deze wedstrijden kunnen de deelnemers punten scoren en rondes voorsprong pakken op hun concurrenten. De meeste zesdaagses staan in de winter op de kalender. Naast de wedstrijd is ook de show rondom het evenement een belangrijk onderdeel van een zesdaagse. Feest gegarandeerd!
Wielerbanen in Nederland
Nederland heeft verschillende overdekte en onoverdekte wielerbanen. Klik op de naam van de baan om naar de desbetreffende website te gaan.
| Overdekte wielerbanen | Onoverdekte wielerbanen |
|---|---|
| Velodrome, Amsterdam | Regionaal Wielercentrum Noord, Assen |
| Sportpaleis Alkmaar | Wielerbaan Geleen |
| Omnisport, Apeldoorn |
Bekijk ook eens:
