Beleidsplan Baanaccommodaties

Laatste update: November 8th, 2021

Ontwikkeling van de baansport in Nederland

Binnen de wielersport in Nederland is het baanwielrennen de oudste discipline. Al sinds het begin van de vorige eeuw worden er wedstrijden op wielerbanen georganiseerd, het was toen immers volgens het Koninklijk Besluit niet toegestaan om wielerwedstrijden op de openbare weg te organiseren. Het was in die tijd voor wielrenners vanzelfsprekend om wedstrijden op de baan te rijden. In de twintiger en dertiger jaren groeide het Nederlandse baanwielrennen uit tot een grote sport, waardoor Nederland ook op internationaal niveau een belangrijke rol ging spelen. 

Na de tweede wereldoorlog is de baanwielersport langzaam in verval geraakt. Veel van dehouten banen waren in de oorlog als stookhout verbruikt en waren dus verdwenen. Daarnaast werd de noodzaak tot herbouw van de wielerbanen grotendeels weggenomen doordat het Koninklijk Besluit, dat wedstrijden op de openbare weg verbood, werd opgeheven. Bovendien waren de wegen die tijdens de wederopbouw werden aangelegd van goede kwaliteit waardoor er mogelijkheden gecreëerd werden om wielerwedstrijden op de openbare weg te houden. Het wegwielrennen werd in de jaren vijftig dan ook steeds populairder. In eerste instantie bleef het baanwielrennen echter zowel bij de renners als bij het publiek nog steeds in trek. De bouw van het Ahoy-complex in 1971 leek de toekomst van de baanwielrennerij in Nederland veilig te stellen. Daarnaast heeft deze baan mogelijk bijgedragen aan de successen van het Nederlandse wegwielrennen in de jaren zeventig, er bestond nu namelijk ook voor de wegwielrenners de mogelijkheid om in de winter door te trainen. Bovendien levert het wielrennen op een wielerbaan een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van een wielrenner in het algemeen. Toch is de populariteit van het baanwielrennen gaan afnemen, hetzij door de vele successen binnen het wegwielrennen, hetzij vanwege een andere oorzaak. Doordat de belangstelling voor de baansport wat afnam, zijn een aantal baanaccommodaties gedeeltelijk verdwenen (o.a. Olympisch stadion, Ahoy en Galgenwaard). 

Ondanks de afgenomen populariteit en de beperkte accommodatiemogelijkheden, hebben de Nederlandse baanwielrenners de laatste decennia op internationaal niveau zeer goede prestaties weten te leveren. Buiten de topsport is het baanwielrennen daarentegen een marginale sport geworden. Ondanks de relatief geringe steun die de baansport kreeg, wist de Nederlandse baanselectie anderhalf jaar voor de Spelen in Rio ijzersterke resultaten neer te zetten. Op het WK in Parijs behaalde Nederland vier medailles, waaronder drie op Olympische onderdelen. De ontwikkeling van vooral de jonge groep baansprinters is zo enorm snel gegaan, dat Nederland weer meedoet met de wereldtop. 

Zeer recent is dit hoge niveau van de Nederlandse topsporters op de baan nogmaals bevestigd. De resultaten op het Europees Kampioenschap in het Zwitserse Grenchen van oktober 2015 waren uitstekend, Nederland ging naar huis met negen medailles, welke goed waren voor een tweede plek in het landenklassement. Dit komt voort uit een goede, intensieve begeleiding en aandacht voor talentontwikkeling. De baanrenners anno nu zijn onder te verdelen in twee categorieën, namelijk ‘duur’ en ‘sprint’. Deze twee groepen rijden totaal verschillende wedstrijdonderdelen en de focus van de trainingen ligt dan ook voor beide groepen op andere aspecten. Baanrenners die duuronderdelen rijden, combineren dit vaak met een wielercarrière op de weg. Bij baansprinters ligt de focus daarentegen gedurende het hele jaar 100% op het baanwielrennen. 

Beleidsplan

In het beleidsplan wordt duidelijk wat de visie is van de KNWU is, nu en in de nabije toekomst, omtrent de baanwielersport in Nederland. Inzicht in de verschillende ontwikkelingen binnen deze discipline van de wielersport om dit accommodatiebeleidsplan tot stand te laten komen is verkregen uit onder meer een aantal personen die dicht bij de baanwielersport staan. Het beleidsplan kun je hieronder terugvinden: